Posts

Afbeelding
LONELY PLANET   Ons huis ligt aan een smalle vaart, in het verlengde van de gracht die zo fraai door ons stadsie slingert.  Aan de ene kant van het water, voor ons gebouw, staan grote statige platanen die zorgen voor verkoeling, fijn nu het steeds vaker snikheet is. Aan de andere kant zijn er terrassen. Ze zitten vol, er klinkt geroezemoes, regelmatig schalt er gelach bovenuit. Het water zelf wordt druk bevolkt door kano’s, sloepjes, plezierboten en robuuste schuiten van de gemeente, met grote grijpers voor het schroot uit de gracht, en stoere schippers aan het roer, de basten bloot onder hun oranje hesjes.    Ik zit aan mijn bureau met uitzicht op dit alles. Het is het eind van de middag, ik ben bezig met de laatste actiepuntjes voor de zomerstop. Ik struin door mijn mailbox, ik ruim zoveel mogelijk op. Ah kijk, daar is ie, de bevestiging van mijn vakantie. Wandelen in de bergen, met lieve vrienden, zelfgekozen familie,  en ook met mezelf. Het wordt vast l...
Afbeelding
OOIT GENOEG Soms -gelukkig ondertussen  iets minder vaak maar toch - Soms is er iets dat aan me vreet   Zo’n harig ding van nooit genoeg Een klein en slurfig lijfje Smakt door mijn weke delen heen, (Daar heb ik er best veel van  Ze smaken blijkbaar goed) Het smult zich voort het likt en proeft  Mijn limbische systeem  Mijn dunner wordend zitvlees, mijn ingekorte lontjes De beurse stukken borstgebied, de harde partjes buik Met slokjes traan en zweet erbij en hapjes dopamine  Overal waar leven zit  Is het blijkbaar snacken Voor dit ding ik noem het rups Het knaagt iets weg het holt iets uit Waardoor ik soms  - intussen iets minder vaak maar toch - Waardoor ik soms ineens niet meer  Goed op de grond kan staan   Toch is het ooit genoeg Dat weet ik want een rups Is eigenlijk een vlinder  Voordat hij vlinder is Een opmaat een belofte, een aanloop een proloog  Je zou dus kunnen stellen Dat alles er al is (of moet ik zeggen ‘...
Afbeelding
T ICKET TO (P)RIDE Het is feest in mijn stadsie. Pride op z’n Utrechts: vriendelijk, vrolijk, lang leve alle variaties van de liefde en van iedereen en alles. Ik ben voor, ik wil erheen. Ik trek een roze shirt aan en speld een regenboogkleurige Dom op mijn spijkerjack. We lopen langs een gracht vol queer plezier, we zwaaien naar boten vol jolijt en pret, we begeven ons in het feestgedruis langs de werf. Overal is lol, blijheid, muziek, er wordt geproost en gevierd, happy Pride! Het miezert, ik ben mijn paraplu vergeten. Volgens Buienradar klaart het zo wel weer op, zegt een van mijn lieve vriendinnen. Maar dat gebeurt niet. Althans, niet bij mij. Plotseling valt er iets over mee heen. Ik kan het ineens niet, zo zonder jou, juist hier, juist nu. Ik blijf nog even staan, maar het lukt niet meer. Mijn feestbui, hij is zomaar foetsie. Als ik veel eerder dan gepland weer naar huis loop regent het over mijn wangen. Zo gaat het soms: denk je dat je al een heel eind op weg bent, doe je steeds ...
Afbeelding
VERHUIZEN Het duurt even voordat ik de bijlage in de mail open. Ik wil niet. Durf niet. Het doet au. Ik heb het zelf besloten, dat wel. Omdat het, na een tijd, klopte om het te doen. Daarom is er nu een contract. En dat zit dus als bijlage in die mail. Want ik heb het verkocht. Ons vakantiehuisje.     Voor mij voelt het niet meer hetzelfde om er te zijn. Jouw winterkleren, jouw speciale anti-muggenspul (niet die gewone met een sterke citroengeur, daar werd je misselijk van), jouw gereedschapskist en je oude fietstassen, alles is er nog. Net als de echo van jouw stem en het gevoel dat je nog op de bank zit, of daar zou moeten zitten, en dat j ij en ik dan tegen elkaar aankruipen en door de grote ramen kijken naar hoe boomklevers zich te goed doen aan de inhoud van een pot vogelpindakaas. Of naar een Netflix-serie.  Dat jij nog zó in alle poriën van het huisje zit, in het behang, in de planken van de vloer, in de plooien van de gordijnen en in de appels aan de boom die wij ...
Afbeelding
SCHA-DUWTJES Het feestje waar ik naartoe ging, en waar ik niemand kende (de oude vrienden die ook zouden komen waren uiteindelijk toch verhinderd). Het warme onthaal van de feesteling, en hoe blij ze was dat ik toch was gekomen. Daarna de gesprekjes: met een oude buurvrouw, een dochter, een partner, maatjes van de sportclub. Iedereen was aardig, er gingen schalen rond met bitterballen, ook vegetarische, met paddenstoelen. De zon scheen. Een mooie plek was het, aan het water, in een oude tuin.     Ik zoomde af en toe uit en dan zag ik mezelf, bewegend tussen groepjes kletsende mensen, me aansluitend, best leuk meepratend. Ooit las ik ‘The Bonfire of the Vanities’ van Tom Wolfe. Hij voert daarin ook van die groepjes op, keuvelend op chique feestjes in New York, champagneglazen in de hand. Hij noemt ze ‘conversatieboeketten’. Zijn hoofdpersoon voegt zichzelf steeds als een losse bloem toe aan zo’n boeket, en probeert zichzelf dan het gesprek in te schikken, met wisselend succes....
Afbeelding
PLAKBAND Hoe het is. Ik werk weer (best veel) Ik doe hardlooprondjes (vaak). Ik zing (in mijn koortje). Ik schrijf stukjes.  Ik maak ons huis schoon. Ik zet de vuilniszak buiten. Ik regel dingen, ik doe mijn administratie, ik breng de auto naar de APK, ik schaf een noodpakket aan en ontdooi mijn vriezer. En trouwens: ik kom dus uit bed, ik ga douchen en kleed me aan. Ik smeer spul in mijn haar zodat het een beetje zit.  Ik spreek af met vrienden en buren en familieleden.  Boeken lezen kan ik ook weer. En de krant. Af en toe dans ik, door de kamer of i n een zaal met heel veel mensen.  Ik maak regelmatig een grapje.  Ik heb pas een nieuwe spijkerbroek gekocht.  Hoe het ook is.    Ik zeg nog altijd ‘hoi liefste!’ als ik de voordeur van ons huis opendoe en naar binnen ga. Ik zeg nog altijd ‘ons huis’. Ik zit vaak zomaar ineens een uur op mijn telefoon naar foto’s en filmpjes van jou te staren. En naar je stem te luisteren. De liedjes die je ooit opna...
Afbeelding
STAIRWAY TO HEAVEN   ‘Eh, nou…vergeleken met jou is er met mij natuurlijk niks aan de hand’.  Mijn nichtje kijkt me aan terwijl ze kauwt op een stukje zalmforel. We zitten in een restaurantje, ik heb haar zojuist geschetst hoe het met mij gaat, zij vroeg me daarnaar. Nu wil ik graag weten hoe het háár vergaat. Dat brengt haar in verlegenheid, zo lijkt het. Kennelijk bestaat er in haar hoofd een soort ‘treur-trap’: het idee dat je, nadat iemand jou zojuist heeft verteld over iets dat best wel hoog op die trap staat (er is een geliefde dood), niet meer kunt aankomen met jouw beslommeringen van een paar treetjes lager: een irritante collega, een vapende puberzoon, overgangsklachten en KETO-diëten. Niet dat zij deze beslommeringen heeft, maar bij wijze van spreken. Of eigenlijk: van  niet  spreken, want na mijn wedervraag stokken haar woorden. Natuurlijk zijn er ook in haar leven dingen die niet helemaal over rozen gaan, maar ze vindt die in het niet vallen bij mijn situ...
Afbeelding
OVERGAAN Hij komt elke week: de zondagavond. Vaak doet die avond iets met mij. Dat was vroeger al zo, toen ik op school zat. Dan overviel me op zondagavond regelmatig een licht gevoel van 'blues' en weemoed (het weekend bijna voorbij) en spanning (morgen weer naar school). Ik had het leuk hoor, maar helemaal neutraal was de overgang naar een nieuwe week niet. Dat zat ‘m in typische schoolzaken (waar is mijn agenda? Wie heeft mijn gymtas gezien? Wat ga ik zeggen als ik aan beurt kom bij wiskunde, terwijl ik die sinus en cosinus-sommen uit wanhoop maar weer heb overgeslagen?), maar ook in andere dingen. Zo was ik gevoelig voor er wel of niet bij horen, en op een bepaalde manier  hoorde  ik er ook niet helemaal bij (want: verliefd op Charlies Angels en op Olivia Newton John, niet op De Man Van Zes Miljoen of John Travolta, zoals al mijn vriendinnen. Niemand die dat toen al wist, overigens, maar  ik  wist het wel en dat maakte me anders). Zo nu en dan had ik daarom op he...
Afbeelding
PAS   ‘Zo’n eerste jaar hè….als je dat maar gehad hebt’, zeggen mensen weleens tegen me.  Tja. Wat dan eigenlijk, als je dat gehad hebt?  Nou, dan heb je dat dus gehad. Die eerste verjaardag, die eerste vakantie, die eerste kerst, het scheelt als je dat allemaal een keer voor het eerst….toch?  Jaja. Not. Voorlopig vind ik het tweede jaar pittiger dan het eerste. Ik ben er inmiddels twee maanden en 24 dagen in onderweg (2064 uur, 123.840 minuten). Duizelingwekkende getallen, en dan tel ik het eerste jaar er nog niet eens bij op. En jij bent er steeds meer niet, steeds langer, hardnekkiger, definitiever, en allesomvattender. Niet, niet, niet.    Een anekdote. Dag 84, jaar 2, einde middag. Eergisteren dus. Ik sta in een winkel in vintage kleding, ik wil een jasje afrekenen met mijn pinpas (niet met mijn telefoon, ik ben zelf ook nogal vintage), maar die pas zit ineens niet meer in mijn portemonnee. Zakken bevoelen, tas omkeren, niks. Rustig blijven, ander pasj...
Afbeelding
(Z)WAAR OF NIET Dat het anders wordt na verloop van tijd is absoluut waar. Soms (vaak) is het namelijk moeilijker, verdrietiger, dieper en wanhopiger dan in het begin. Dat het makkelijker wordt, minder zwaar, na een jaar, dat is dus voorlopig nog niet waar. Wat wél waar is, is dat de zee van tijd tussen jou en mij alsmaar uitdijt. Soms lijkt die zee meer op een dorre woestijn, ik hoop maar dat dat niet klopt, want ik wil liever een zee. Veel fijner, qua meedrijven, dobberen en watertrappelen.  Hoe het ook zij, jij bent er dus alsmaar méér niet bij, dat is waar. De gewone dingen, zoals boodschappen doen en me dan verkneukelen als ik allerlei extra lekkers voor jou insla, of thuiskomen na een werkdag, of wakker worden na een nacht: daar ben jij niet bij.  Bijzondere dingen, zoals die prijs die ik laatst won in een kerstverhalenwedstrijd, of dat er ineens heel veel sneeuw bleef vallen (ná kerst): allemaal niet met jou. En je bent er óók niet bij stomme, angstige, nare dingen, zoa...
Afbeelding
APPSCHEID   Het nieuwe jaar is net zeven minuten oud als we erachter komen: je bent er uit.  We zitten in de lobby van een hotel, twee lieve vriendinnen en ik. Het is er knus, er staat permanent een pan soep te pruttelen, er zijn geen oliebollen maar er worden wel roze bubbels gedronken, iedereen is aan het appen en bellen met dierbaren.  ‘Huh?’, zegt een van de vriendinnen terwijl ze naar het schermpje van haar telefoon staart. Ze wou net een fotootje in de groepsapp zetten. Die groep van ons, met die fijne profielfoto: een kwartet vrolijke vrouwen aan een tafel, rondom een taart met brandende verjaardagskaarsjes. Op die foto sta jij nog (jij was de jarige), maar verder ben je blijkbaar vertrokken. Het staat er, in zes korte woordjes: dat jij de groep hebt verlaten.   Ik schrik ervan, we schrikken alle drie. Niemand heeft jou verwijderd, toch? (nee, natuurlijk heeft niemand jou verwijderd), hoe kan dit nou? Ik loop verontrust en met grote passen de trap op naar bove...
Afbeelding
GEWIJ Scènes in december.   Ik sta met mijn auto voor een rood stoplicht. Het is een druk punt, het wemelt er van de voetgangers en fietsers. Ik zie een meneer in een scootmobiel, terwijl hij oversteekt valt er van alles uit de tas die aan de rugleuning hangt. Sokken, een boek, ingepakte cadeautjes, een spoor van kerstinkopen op het zebrapad. Iemand snelt toe, raapt de spullen op en stopt ze terug in de tas. Er wordt gelachen, er worden handen geschud. Het licht staat al een poosje op groen, maar niemand toetert.   Een avond in het buurthuis in mijn wijk. Ik bereid daar elke maand samen met anderen een gratis maaltijd van drie gangen, voor wie dat goed kan gebruiken (er zijn best veel mensen die dat goed kunnen gebruiken). We dekken de tafel, we eten samen.  ‘Jouw vrouw is overleden, toch?’, vraagt een van de gasten mij na het voorgerecht.  ‘Ja’, zeg ik.  ‘Heb je wel een vangnet?’, wil ze weten. Ik vertel haar dat ik dat inderdaad heb.  ‘Gelukkig’, zegt ze....
Afbeelding
VLOTGENOTEN In de maanden voor jouw diagnose was de pijn in je rug, je lies en je bekken steeds erger geworden. Uiteindelijk lag je voornamelijk op de bank: staan, zitten en lopen kon je in die fase haast niet. Ik zat en lag zoveel mogelijk bij je, we pakten er dekentjes bij en kopjes thee. Al gauw noemden wij die bank ons vlot. We wisten nog niet wat er met je aan de hand was, we dobberden rond tussen hoop en vrees, dat vlot voelde als een veilig heenkomen. Dat is zo gebleven, jarenlang. Het concept ‘vlot’ pasten wij ook toe in ons bed: we maakten het daar zo goed mogelijk, we hielden elkaar stevig vast terwijl het water waarop we dreven steeds woeliger werd. Nu zit ik in een stilteruimte. Het is er fris, ik heb mijn jas aangehouden, mijn sjaal heb ik over mijn benen gelegd. Ik kijk om me heen. Ernstige gezichten, sjaals, jassen, ik ben niet de enige die zich wapent tegen de kou. We zijn een lotgenotengroepje. Ik ben er voor de tweede keer. Ik heb erover getwijfeld en ik weet het ...
Afbeelding
BOF, DANK, DAG November kruipt naar een einde toe, naar de dag waarop we vorig jaar jouw afscheid vierden. Dat was niet het enige afscheid in die maand. Ruim twee weken eerder was ik voor het laatst in het ziekenhuis, op de Dagbehandeling Oncologie. Jij was daar zeven jaar lang frequent te gast geweest, je had er chemotherapieën gekregen, botversterkende infuusen, bloedtransfusies, controles, kopjes thee, beschuitjes, voetmassages. Je had je er veilig gevoeld, je vond dat je bofte met alle zorg die jou omringde. Nu zou je er niet meer komen. Er was geen behandeling meer mogelijk, het was op.   Jij   was op. Dat wisten we sinds kort, en dus hadden we nog een laatste afspraak gemaakt. We wilden dag zeggen, en dank je wel. Jij zou mee, maar dat lukte niet meer. Dus ging ik alleen, met een cadeautje.     Het was einde middag, ze zaten al klaar rondom de tafel in hun personeelskamer, de verpleegkundigen die jou goed kenden. Op het whiteboard dat er hing had iemand met een...
Afbeelding
NOG EVEN   Hoi!’, zegt Lola, en ze kijkt me aan. ‘Hoe is het?’.  ‘Niet zo goed’, zeg ik.  ‘Wat rot’, zegt Lola. Ze hangt haar jas aan de kapstok.  In jouw laatste weken deel ik mijn zorgmantel met haar en veel anderen. Ik vind dat niet makkelijk, ik wil alles (alles,alles!) voor je doen. Maar dat kan niet meer. Naast vrienden, buren en medewerkers van het thuishospice, zijn er inmiddels wijkverpleegkundigen die twee keer per dag komen. Eén van die wijkverpleegkundigen is Lola.  In al haar jeugdigheid – ze is begin twintig - fietst ze de wijk door om te zorgen voor mensen bij wie de dood regelmatig al op de rand van het bed zit. Ze is daar niet door geïmponeerd, ze treedt alles wat er is met kalmte en vriendelijkheid tegemoet. Ze maakt de dingen niet zwaarder dan ze zijn en ook niet lichter: ze neemt jouw klachten en ongemakken serieus en doet er alles aan om ze te verlichten. Haar aandacht en belangstelling voor jou is oprecht en ze geeft ons het gevoel da...