OVERGAAN
Hij komt elke week: de zondagavond. Vaak doet die avond iets met mij. Dat was vroeger al zo, toen ik op school zat. Dan overviel me op zondagavond regelmatig een licht gevoel van weemoed (het weekend bijna voorbij) en spanning (morgen weer naar school). Ik had het leuk hoor, maar helemaal zonder spanning was de overgang naar een nieuwe week niet. Dat zat ‘m in typische schoolzaken (waar is mijn agenda? Wie heeft mijn gymtas gezien? Wat ga ik zeggen als ik aan beurt kom bij wiskunde, terwijl ik die sinus en cosinus-sommen uit wanhoop maar weer heb overgeslagen?), maar ook in andere dingen. Zo was ik gevoelig voor er wel of niet bij horen, en op een bepaalde manier hoorde ik er ook niet helemaal bij (want: verliefd op Charlies Angels en op Olivia Newton John, niet op De Man Van Zes Miljoen of John Travolta, zoals al mijn vriendinnen. Niemand die dat toen al wist, overigens, maar ik wist het wel en dat maakte me anders). Zo nu en dan had ik daarom op het eind van het weekend een wee gevoel in mijn buik. Ik moest dan een hobbeltje over: van de veilige, beschutte zondag de maandag weer in. Ik voelde dat hobbeltje als ik maandagochtend op de fiets stapte, schooltas achterop. Zodra ik dan ging trappen, de dag in, dan werden de dingen meestal weer hanteerbaar(der).
Nu ik een jaar en vier maanden onderweg ben in mijn leven zonder jou is het zondagavondgevoel er vaker. Sowieso op zondagavond, als de nieuwe werkweek weer voor de deur staat. Maar ook op vrijdagavond, als juist het weekend gaat beginnen. Of op woensdagmiddag, als ik iets leuks heb gedaan en daarna weer naar huis ga. Of op weet ik veel welke dag, als ik naar een feestje ga, of naar een borrel, of naar iets anders waar (veel) mensen zijn die lachen en praten over gewone dingen zoals werk en verbouwingen en die ene Netflix-serie, terwijl ik er niet helemaal bij hoor (want: ik lach ook, ik heb een leuke bloes aangetrokken en ik doe ook wel aan Netflix, maar mijn buik voelt wee. Dat weet dan niemand, maar ik weet het wel).
Dit soort momenten: dat overgaan van alleen naar samen met anderen, en ook weer van samen met anderen naar alleen. Ik vind ze lastig, vanwege dat ‘zondagse’ hobbeltje.
Ze zeggen dat het na verloop van tijd allemaal hanteerbaar(der) wordt. Ik heb besloten om daar op te vertrouwen. En ondertussen stap ik op de fiets. Tas achterop, trappen, hobbeltje over, het leven in, of juist weer terug naar mijn eigen beschutte wereld.
Of dingen ooit overgaan? Geen idee. Maar dat veel van jou nooit overgaat, dat weet ik eigenlijk best wel zeker.

Reacties
Een reactie posten