Posts

Afbeelding
  (T)ROUW EN ONT-ROUW   Tijdens mijn hardlooprondje zie ik een kerstboom liggen. Op de stoep, bij wat huisvuil, klaar om te worden opgehaald. De naalden zijn helemaal bruin geworden, onder in de stam zit een geboord gat. Daarmee kon ie handig op een standaard worden gezet. Dat is vast ook gebeurd, afgelopen kerst. Maar nu ligt de boom dus hier. Het is begin maart. Wat is hier het verhaal, vraag ik mij af (even los van de vraag hoe je je vandaag de dag überhaupt moet verhouden tot het fenomeen ‘kerstboom’). Is dit een geval van pure laksheid? Lag de boom al tijden in een achtertuin of, erger nog, stond ie kaal en treurig op een balkon en kwam het er nu pas van om ‘m weg te doen? Of vond iemand het gewoon te moeilijk om afscheid te nemen? Van de boom, en misschien ook wel van de hele kerstgedachte?    Als dat laatste het geval is, dan kan ik het nog een beetje snappen. Er zijn zoveel dingen die ik niet wegdoe, ook al is hun seizoen voorbij en zitten we inmiddels in een...
Afbeelding
VERDRAAID   Ik ben een week op vakantie geweest, en nu sta ik in het gangpad van het vliegtuig, net geland in Nederland. We kunnen er nog niet uit, er is wat gehannes met de trap. Ik sta vlak bij de deur, ik hoor de crew overleggen met het grondpersoneel (‘nee, hij staat echt te laag Ad’). Voor me staat een nette oudere mevrouw, sjaaltje om de hals, verse lippenstift op. Ze zat de hele vlucht vlakbij me, in haar eentje met twee lege stoelen naast zich. Ik vraag haar of ze een fijne vakantie heeft gehad. ‘Nou…nee’, zegt ze.    ‘Ach…en hoe komt dat?’ ‘Ik heb mijn knie verdraaid, meteen de eerste dag al. Ik verging van de pijn. Ik heb de hele week niet mee kunnen lopen’. Ze legt uit dat ze met een groep een wandelreis zou maken, en dat daar dus niks van gekomen is. ‘Ik zat gewoon de hele dag in het hotel. Ik had wel Tramadol genomen, maar dat hielp niks. Ik weet niet of je dat kent, Tramadol?’  Ja, dat kende ik wel. ‘En jij, hoe was jouw vakantie?’, vraagt ze.  ‘Eh...
Afbeelding
HARTBEWAKING Op een ochtend word ik gebeld door de apotheek van het ziekenhuis. Ik herken het nummer, het staat nog altijd in mijn telefoon. Een tikje verbaasd neem ik op.  ‘Hallo, met Jet, van de ziekenhuisapotheek. Ik wilde je even condoleren. Ik lees net het artikel in de krant. Wat verdrietig.’ Jet. Onze favoriet achter de balie waar we zo vaak kwamen voor weer een nieuw recept. Ze had iets speciaals. Ze was betrokken, ze stelde echte vragen en onthield onze antwoorden. Ze was oprecht verheugd als we goed nieuws hadden, en slechte berichten deden ook iets met haar, dat zag je. Soms, als het kon, vertelde ze ook iets over zichzelf: gedoetjes met haar puberende zoon, vakantieplannen. En dan had ze ook nog gouden tips over hoe je het slikken van veel te grote en vieze chemopillen iets makkelijker maakt (met een hap vanillevla). Jet was kortom, behalve prettig professioneel, ook een soort fijne buurvrouw naar wie je toegaat als er iets is.  En nu had ze dus gelezen dat mi...
Afbeelding
  BREM   Ik sta te wachten bij de kassa van de Intratuin, met een zak potgrond onder mijn arm. Er staan thuis een paar bedroefde kamerplanten die heel hard wat extra aarde nodig hebben, ik heb besloten om dat nu maar eens aan te pakken. Het is dinsdagmiddag, het is niet druk. Er is maar één klant voor me, een wat oudere man, warrig haar, een niet al te verzorgd baardje, beige jas. Hij heeft al afgerekend (waxinelichtjes, die hebben ze ook bij de Intratuin), maar hij is nog in gesprek met de caissière.  Het gaat over brem. Of je die moet snoeien, vraagt hij.  ‘Dat hoeft eigenlijk niet’, zegt de caissière. ‘Nee?’ ‘Nee, meestal gaat dat vanzelf goed. Alleen takken die echt te breed worden, of bevroren zijn. Die zou ik weghalen’, legt ze uit. Ze is vriendelijk en kent haar brem-klassiekers, da’s duidelijk.  ‘En wanneer doe je dat dan?’, vraagt de man. Ik kan zien dat hij het prettig vindt dat zijn vragen serieus genomen worden.  ‘Gewoon, als ie echt uitgebloeid...
Afbeelding
WEE-MOED Rouwen is niet voor watjes. Doorgaan met ademen, je bed uitkomen, ook als de dag wéér grijs en mistig is. Je ene voet voor de andere zetten, je kleren aantrekken en iets in je haar smeren. Doen alsof je heel normaal door de Albert Heijn loopt. Een instantie bellen en nog een keer uitleggen dat mails voortaan naar jou gestuurd moeten worden, en niet meer naar haar. Iets terugzeggen als iemand vraagt of het weer een beetje gaat. Dit soort dingen en nog veel meer: je moet er best wel wat voor in huis hebben. En dat heb je dus niet, want je huis is leeg en je ligt knock-out op de kale vloer. Er zijn momenten waarop je er het liefste gewoon mee zou kappen. Dat doe je dan toch niet, want je vindt ergens nog een tweede adem die maakt dat je weer opstaat en verder gaat. Je ene voet voor de andere. En toch ook maar weer dat spul in je haar.  Nou ja, dit is dus zo’n beetje hoe ik het ervaar, en het gaat vast ook vaak anders. Ieder z’n eigen proces. Trouwens, dat van die watjes neem ...
Afbeelding
VERLIE (FD) S (T) Aan een vriendin vertelde ik laatst dat ik vaak urenlang naar foto’s en filmpjes van mijn liefste zit te kijken. Scrollen, bladeren, inzoomen op details, warm worden van binnen, diep zuchten, nog een keer kijken. Hele ochtenden of middagen glijden voorbij terwijl ik niks anders doe dan dat. ‘Logisch’, zei de vriendin. ‘Je bent verliefd’.  Het gekke is: het klopt. Rouwen is een vreemde vorm van vlinders in je buik. Nachtvlinders weliswaar, met van die grauwe kleuren, maar toch. Verlies is het bedroefde tweelingzusje van Verliefd. Ze zijn familie, ze horen bij elkaar en als je goed kijkt zie je hoezeer ze op elkaar lijken. Dat zou je niet zeggen misschien, want ze hebben een totaal andere energie en ze zien er  anders uit , zeker op het eerste gezicht. De één somber, vaak een beetje bleekjes, en gekleed in grijstinten met hier en daar een zwarte toets. De ander euforisch, in extase, blossen op de wangen, gekleed in feestelijke kleuren, en vaak ook in het geheel...
Afbeelding
ALLES IS LIEFDE Ik doe niks weg. Of bijna niks. Nog niet. Haar favoriete T-shirts bewaar ik allemaal, tot en met het laatste dat ze aanhad. Ik slaap erin, en ze gaan niet in de was. Het bakje met haar medicijnen, de doosjes halfleeg of net aangebroken. Ja, ook die ene pil die nog los op het kastje in de slaapkamer ligt, ze kon (of wilde) ‘m die voorlaatste ochtend niet meer slikken. De zalf voor de pijnlijke plekken, de tube met spul voor de droge mond, haar tandpasta, de flesjes met bijvoeding. Ik gooi het allemaal niet weg. Nog niet. Want ze zit overal in. Oké, de rollator, de rolstoel met gelkussen, de douchestoel en het hoog-laag bed met optrekstang (zo’n stang heet een bedpapegaai, dat soort dingen weet ik dus nu), die zijn opgehaald. Dat moest, want die spullen hadden we geleend van de thuiszorgwinkel. Ik heb nog een foto gemaakt van toen het allemaal bij de lift stond, en daarna van het busje waarin alles werd ingeladen. Dat busje heb ik die middag in de druilerige regen nag...