TERUGKEERHUG

Er moeten terugkeerhubs komen, vindt onze minister van Asiel en Migratie. Hij is er druk mee, samen met een aantal van zijn Europese collega’s. Hubs. ‘Faciliteiten’ zijn het, buiten Europa. Daar moeten ze naartoe, de uitgeprocedeerden. Zodat ze vervolgens ‘alsnog kunnen terugkeren of integreren in het betreffende land’. Faciliteiten. Vervolgens. Integreren in het betreffende land. Zo regel je dat, kennelijk. 


Terugkeren kan alleen als je eerst bent weggegaan. Omdat het nodig was, omdat je ergens op hoopte, omdat het niet anders kon. Of misschien had het wel anders gekund, maar zo ging het niet en toen was je ineens heel ver weg van huis. En nu moet je dus terug. Hup! Naar de hub. 

En dan?, vraag ik me af. Is er iets ná zo’n hub? Staan er nog huizen? Doet de verwarming het nog? Waar is de kat gebleven? Zijn er nog straten? Lantaarnpalen? Buren, vrienden, familieleden, collega’s? Is er nog een perspectief?

 

Als ik zelf ergens van terugkeerde, hoorde jij me meestal al voordat ik binnen was. Het geluid van mijn stappen op de ijzeren trap naar de fietsenberging kwam door drie verdiepingen heen jouw oren binnen. Niemand anders hoorde het. Maar jij wel, en je hart maakte een hupje (ik weet dit omdat je het me vertelde).  En dan waren er kussen, open armen en een hug, minstens eentje. Regelmatig waren er ook slingers en bloemen, er was die keer dat je mij na een carnavalsweekend verwelkomde met een zelfgeschreven kraker en er was die andere keer, toen je een spoor van briefjes door het huis had gelegd. Dat moest ik volgen tot in de slaapkamer, waar jij zat te glunderen met het laatste briefje tussen je lippen: ‘hier ben ik!’ Je kleren had je nog aan, het was je niet gelukt ze uit te trekken, je was zo moe, je had zo weinig lucht. Dus deed ík het. 

 

Nu zit ik in mijn eigen terugkeerhub. Een faciliteit is het niet echt, het is meer een…ja, wat is het eigenlijk? Een fase? Een tussengebied? Een limbo? In elk geval ben ik nog niet geïntegreerd in het betreffende land. Dat land van gewoon leven, tralala, hup!  Ik ben ernaar onderweg. Dat blijf ik waarschijnlijk nog wel een poosje, na dat weggaan van jou ben ik nog steeds een heel eind van huis. Dat ‘huis’ wordt sowieso anders: de kat is weg, er zijn wat lantaarnpalen stuk, het perspectief is verschoven. Maar ik doe mijn best en niet alles is weg. Onlangs ging ik op reis met een groepje mensen die ik niet kende. Dat was goed, het was mooi, het was anders dan met jou. 

Toen ik terugkwam (ik wel) stond er een zelfgekozen zus op het vliegveld, met open armen. Die avond at ik met vriendinnen, zij wilden mijn verhalen horen en schonken er een goed glas bij. De verwarming deed het. 

 

Dat er mensen zijn die er zijn. Dat scheelt. Warmte in de terugkeerhub. Misschien kan deze of gene minister er nog iets mee. 

 

 

 

 

Reacties

Populaire posts van deze blog