LEK OF LEEG

 

‘Is ie lek of is ie leeg?’ De vraag wordt me gesteld door een wat oudere meneer die me tegemoet komt lopen, een boodschappentas in de hand. Ik loop met mijn fiets door de buurt, ik ben onderweg naar de fietsenmaker. Er zit een stevige slag in het voorwiel en de band is slap. Het resultaat van een harde botsing met een E-bike, al een poosje geleden. 

Ik antwoord dat ik denk dat ie echt lek is, en dat ik sowieso dat wiel moet laten fixen. 

‘Ik wil wel even kijken hoor’, zegt de meneer. Hij wijst naar een voordeur vlakbij. 

‘Ik heb de fietspomp in de gang staan’. Zijn ogen staan vriendelijk, ik zie sporen van een kam in zijn dunne haar, het kraagje van zijn poloshirt zit niet helemaal goed. 

‘Wat aardig’, hoor ik mezelf zeggen. Ik geef hem een hand en stel mezelf voor. ‘Ed’, zegt hij. 

Hij doet de voordeur open en loopt naar binnen. Er staat een ingeklapte rolstoel in de gang, er is een traplift. 

‘Mijn vrouw is pas overleden’, zegt Ed, terwijl hij de fietspomp pakt. 

‘Ach’, zeg ik. 

‘Drie maanden geleden’, gaat hij verder. ‘Nou ja, ik probeer d’r maar wat van te maken’. 

‘Ja’, zeg ik.

In de minuten die volgen vertelt Ed me hoe ziek ze was en hoe lang al, dat ze eerst dit had en toen ook nog dat, hoe snel het op het laatst ging, dat ze uiteindelijk is gevallen in de slaapkamer en dat het daarna gewoon niet meer goed kwam, dat hij haar al kende van de lagere school, dat zij hem nog net op tijd heeft geleerd hoe hij moest koken, en hij noemt haar steeds mijn meisje en nu vraagt hij zich af wat hij met de caravan moet, deze hier (hij knikt met zijn hoofd naar het witte gevaarte dat pal voor zijn huis geparkeerd staat). 

Ik vraag hem hoe ze heet en hij zegt Joke. 

‘Kijk, hier staat ze’, zegt Ed. Hij tikt met zijn vinger op het grote raam naast de voordeur, daar staat de rouwkaart, met een vetplantje ernaast. 'Joke staat er mooi op', zeg ik. 

Zo praten we nog een tijdje. Of eigenlijk praat Ed, ik luister en stel zo nu en dan een vraag. Uiteindelijk doet Ed iets met de fietspomp en stellen we vast dat mijn band lek is, de lucht loopt er overtuigend uit. 

Leeglopen. Dat woord blaast nog door mijn hoofd als ik even later verder loop, naar de fietsenmaker. Het gaf Ed wat lucht, dat zag ik. Ik mag altijd een bakkie komen doen, zei hij. Misschien doe ik dat wel een keer. Mijn hart is niet lek, ondanks de stevige slag die er sinds een tijdje in zit. 

Reacties

Populaire posts van deze blog