GEWIJ Scènes in december. Ik sta met mijn auto voor een rood stoplicht. Het is een druk punt, het wemelt er van de voetgangers en fietsers. Ik zie een meneer in een rollator, terwijl hij oversteekt valt er van alles uit de tas die aan de rugleuning van zijn rollator hangt. Sokken, een boek, ingepakte cadeautjes, een spoor van kerstinkopen op het zebrapad. Iemand snelt toe, raapt de spullen op en stopt ze terug in de tas. Er wordt gelachen, er worden handen geschud. Het licht staat al een poosje op groen, maar niemand toetert. Een avond in het buurthuis in mijn wijk. Ik bereid daar elke maand samen met anderen een gratis maaltijd van drie gangen, voor wie dat goed kan gebruiken (er zijn best veel mensen die dat goed kunnen gebruiken). We dekken de tafel, we eten samen. ‘Jouw vrouw is overleden, toch?’, vraagt een van de gasten mij na het voorgerecht. ‘Ja’, zeg ik. ‘Heb je wel een vangnet?’, wil ze weten. Ik vertel haar dat ik dat inderdaad heb. ‘Geluk...