Posts

Afbeelding
PLAKBAND Hoe het is. Ik werk weer (best veel) Ik doe hardlooprondjes (vaak). Ik zing (in mijn koortje). Ik schrijf stukjes.  Ik maak ons huis schoon. Ik zet de vuilniszak buiten. Ik regel dingen, ik doe mijn administratie, ik breng de auto naar de APK, ik schaf een noodpakket aan en ontdooi mijn vriezer. En trouwens: ik kom dus uit bed, ik ga douchen en kleed me aan. Ik smeer spul in mijn haar zodat het een beetje zit.  Ik spreek af met vrienden en buren en familieleden.  Boeken lezen kan ik ook weer. En de krant. Af en toe dans ik, door de kamer of i n een zaal met heel veel mensen.  Ik maak regelmatig een grapje.  Ik heb pas een nieuwe spijkerbroek gekocht.  Hoe het ook is.    Ik zeg nog altijd ‘hoi liefste!’ als ik de voordeur van ons huis opendoe en naar binnen ga. Ik zeg nog altijd ‘ons huis’. Ik zit vaak zomaar ineens een uur op mijn telefoon naar foto’s en filmpjes van jou te staren. En naar je stem te luisteren. De liedjes die je ooit opna...
Afbeelding
STAIRWAY TO HEAVEN   ‘Eh, nou…vergeleken met jou is er met mij natuurlijk niks aan de hand’.  Mijn nichtje kijkt me aan terwijl ze kauwt op een stukje zalmforel. We zitten in een restaurantje, ik heb haar zojuist geschetst hoe het met mij gaat, zij vroeg me daarnaar. Nu wil ik graag weten hoe het háár vergaat. Dat brengt haar in verlegenheid, zo lijkt het. Kennelijk bestaat er in haar hoofd een soort ‘treur-trap’: het idee dat je, nadat iemand jou zojuist heeft verteld over iets dat best wel hoog op die trap staat (er is een geliefde dood), niet meer kunt aankomen met jouw beslommeringen van een paar treetjes lager: een irritante collega, een vapende puberzoon, overgangsklachten en KETO-diëten. Niet dat zij deze beslommeringen heeft, maar bij wijze van spreken. Of eigenlijk: van  niet  spreken, want na mijn wedervraag stokken haar woorden. Natuurlijk zijn er ook in haar leven dingen die niet helemaal over rozen gaan, maar ze vindt die in het niet vallen bij mijn situ...
Afbeelding
OVERGAAN Hij komt elke week: de zondagavond. Vaak doet die avond iets met mij. Dat was vroeger al zo, toen ik op school zat. Dan overviel me op zondagavond regelmatig een licht gevoel van 'blues' en weemoed (het weekend bijna voorbij) en spanning (morgen weer naar school). Ik had het leuk hoor, maar helemaal neutraal was de overgang naar een nieuwe week niet. Dat zat ‘m in typische schoolzaken (waar is mijn agenda? Wie heeft mijn gymtas gezien? Wat ga ik zeggen als ik aan beurt kom bij wiskunde, terwijl ik die sinus en cosinus-sommen uit wanhoop maar weer heb overgeslagen?), maar ook in andere dingen. Zo was ik gevoelig voor er wel of niet bij horen, en op een bepaalde manier  hoorde  ik er ook niet helemaal bij (want: verliefd op Charlies Angels en op Olivia Newton John, niet op De Man Van Zes Miljoen of John Travolta, zoals al mijn vriendinnen. Niemand die dat toen al wist, overigens, maar  ik  wist het wel en dat maakte me anders). Zo nu en dan had ik daarom op he...
Afbeelding
PAS   ‘Zo’n eerste jaar hè….als je dat maar gehad hebt’, zeggen mensen weleens tegen me.  Tja. Wat dan eigenlijk, als je dat gehad hebt?  Nou, dan heb je dat dus gehad. Die eerste verjaardag, die eerste vakantie, die eerste kerst, het scheelt als je dat allemaal een keer voor het eerst….toch?  Jaja. Not. Voorlopig vind ik het tweede jaar pittiger dan het eerste. Ik ben er inmiddels twee maanden en 24 dagen in onderweg (2064 uur, 123.840 minuten). Duizelingwekkende getallen, en dan tel ik het eerste jaar er nog niet eens bij op. En jij bent er steeds meer niet, steeds langer, hardnekkiger, definitiever, en allesomvattender. Niet, niet, niet.    Een anekdote. Dag 84, jaar 2, einde middag. Eergisteren dus. Ik sta in een winkel in vintage kleding, ik wil een jasje afrekenen met mijn pinpas (niet met mijn telefoon, ik ben zelf ook nogal vintage), maar die pas zit ineens niet meer in mijn portemonnee. Zakken bevoelen, tas omkeren, niks. Rustig blijven, ander pasj...
Afbeelding
(Z)WAAR OF NIET Dat het anders wordt na verloop van tijd is absoluut waar. Soms (vaak) is het namelijk moeilijker, verdrietiger, dieper en wanhopiger dan in het begin. Dat het makkelijker wordt, minder zwaar, na een jaar, dat is dus voorlopig nog niet waar. Wat wél waar is, is dat de zee van tijd tussen jou en mij alsmaar uitdijt. Soms lijkt die zee meer op een dorre woestijn, ik hoop maar dat dat niet klopt, want ik wil liever een zee. Veel fijner, qua meedrijven, dobberen en watertrappelen.  Hoe het ook zij, jij bent er dus alsmaar méér niet bij, dat is waar. De gewone dingen, zoals boodschappen doen en me dan verkneukelen als ik allerlei extra lekkers voor jou insla, of thuiskomen na een werkdag, of wakker worden na een nacht: daar ben jij niet bij.  Bijzondere dingen, zoals die prijs die ik laatst won in een kerstverhalenwedstrijd, of dat er ineens heel veel sneeuw bleef vallen (ná kerst): allemaal niet met jou. En je bent er óók niet bij stomme, angstige, nare dingen, zoa...
Afbeelding
APPSCHEID   Het nieuwe jaar is net zeven minuten oud als we erachter komen: je bent er uit.  We zitten in de lobby van een hotel, twee lieve vriendinnen en ik. Het is er knus, er staat permanent een pan soep te pruttelen, er zijn geen oliebollen maar er worden wel roze bubbels gedronken, iedereen is aan het appen en bellen met dierbaren.  ‘Huh?’, zegt een van de vriendinnen terwijl ze naar het schermpje van haar telefoon staart. Ze wou net een fotootje in de groepsapp zetten. Die groep van ons, met die fijne profielfoto: een kwartet vrolijke vrouwen aan een tafel, rondom een taart met brandende verjaardagskaarsjes. Op die foto sta jij nog (jij was de jarige), maar verder ben je blijkbaar vertrokken. Het staat er, in zes korte woordjes: dat jij de groep hebt verlaten.   Ik schrik ervan, we schrikken alle drie. Niemand heeft jou verwijderd, toch? (nee, natuurlijk heeft niemand jou verwijderd), hoe kan dit nou? Ik loop verontrust en met grote passen de trap op naar bove...
Afbeelding
GEWIJ Scènes in december.   Ik sta met mijn auto voor een rood stoplicht. Het is een druk punt, het wemelt er van de voetgangers en fietsers. Ik zie een meneer in een scootmobiel, terwijl hij oversteekt valt er van alles uit de tas die aan de rugleuning hangt. Sokken, een boek, ingepakte cadeautjes, een spoor van kerstinkopen op het zebrapad. Iemand snelt toe, raapt de spullen op en stopt ze terug in de tas. Er wordt gelachen, er worden handen geschud. Het licht staat al een poosje op groen, maar niemand toetert.   Een avond in het buurthuis in mijn wijk. Ik bereid daar elke maand samen met anderen een gratis maaltijd van drie gangen, voor wie dat goed kan gebruiken (er zijn best veel mensen die dat goed kunnen gebruiken). We dekken de tafel, we eten samen.  ‘Jouw vrouw is overleden, toch?’, vraagt een van de gasten mij na het voorgerecht.  ‘Ja’, zeg ik.  ‘Heb je wel een vangnet?’, wil ze weten. Ik vertel haar dat ik dat inderdaad heb.  ‘Gelukkig’, zegt ze....