OOIT GENOEG Soms -gelukkig ondertussen iets minder vaak maar toch - Soms is er iets dat aan me vreet Zo’n harig ding van nooit genoeg Een klein en slurfig lijfje Smakt door mijn weke delen heen, (Daar heb ik er best veel van Ze smaken blijkbaar goed) Het smult zich voort en likt en proeft Mijn limbische systeem Mijn dunner wordend zitvlees, mijn ingekorte lontjes De beurse stukken borstgebied, de harde partjes buik Met slokjes traan en zweet erbij en hapjes dopamine Overal waar leven zit Is het blijkbaar snacken Voor dit ding ik noem het rups Het knaagt iets weg het holt iets uit Waardoor ik soms - intussen iets minder vaak maar toch - Waardoor ik soms ineens niet meer Goed op de grond kan staan Toch is het ooit genoeg Dat weet ik want een rups Is eigenlijk een vlinder Voordat hij vlinder is Een opmaat een belofte, een aanloop een proloog Je zou dus kunnen stellen Dat alles er al is (of moet ik zeggen ‘n...