Posts

UITGEZ(W)AAID   Ik loop met een vriendin door de centrale hal van het ziekenhuis naar de uitgang. Binnenkort moet ik een oogoperatie, ter voorbereiding zijn zojuist mijn ogen gescand. Ik vind dit soort dingen kei eng, vandaar dat ze mee was, die lieve vriendin. We zijn al bijna buiten als mijn blik er onwillekeurig naar toe wordt getrokken: naar dat ene raam, pal boven het restaurant. Erachter bevindt zich een kamer waarin jij ooit verbleef. Je was plotseling opgenomen, er was iets met je longen, er klonk een alarmbel, duidde dit op meer uitzaaiingen? Alleen in deze kamer was er nog een bed. Ik weet nog dat we het grappig vonden, zo’n raam dat uitkeek op al die bedrijvigheid beneden. Maar die avond liep ik na het bezoekuur door een donkere, lege hal en stond jij in je eentje achter het raam naar mij te zwaaien. De lichtgrijze lamellen had je opzijgeschoven en je probeerde te lachen. Ik probeerde hetzelfde en ik wuifde alsmaar terug, totdat we elkaar niet meer zagen.   ...
Afbeelding
LONELY PLANET   Ons huis ligt aan een smalle vaart, in het verlengde van de gracht die zo fraai door ons stadsie slingert.  Aan de ene kant van het water, voor ons gebouw, staan grote statige platanen die zorgen voor verkoeling, fijn nu het steeds vaker snikheet is. Aan de andere kant zijn er terrassen. Ze zitten vol, er klinkt geroezemoes, regelmatig schalt er gelach bovenuit. Het water zelf wordt druk bevolkt door kano’s, sloepjes, plezierboten en robuuste schuiten van de gemeente, met grote grijpers voor het schroot uit de gracht, en stoere schippers aan het roer, de basten bloot onder hun oranje hesjes.    Ik zit aan mijn bureau met uitzicht op dit alles. Het is het eind van de middag, ik ben bezig met de laatste actiepuntjes voor de zomerstop. Ik struin door mijn mailbox, ik ruim zoveel mogelijk op. Ah kijk, daar is ie, de bevestiging van mijn vakantie. Wandelen in de bergen, met lieve vrienden, zelfgekozen familie,  en ook met mezelf. Het wordt vast l...
Afbeelding
OOIT GENOEG Soms -gelukkig ondertussen  iets minder vaak maar toch - Soms is er iets dat aan me vreet   Zo’n harig ding van nooit genoeg Een klein en slurfig lijfje Smakt door mijn weke delen heen, (Daar heb ik er best veel van  Ze smaken blijkbaar goed) Het smult zich voort het likt en proeft  Mijn limbische systeem  Mijn dunner wordend zitvlees, mijn ingekorte lontjes De beurse stukken borstgebied, de harde partjes buik Met slokjes traan en zweet erbij en hapjes dopamine  Overal waar leven zit  Is het blijkbaar snacken Voor dit ding ik noem het rups Het knaagt iets weg het holt iets uit Waardoor ik soms  - intussen iets minder vaak maar toch - Waardoor ik soms ineens niet meer  Goed op de grond kan staan   Toch is het ooit genoeg Dat weet ik want een rups Is eigenlijk een vlinder  Voordat hij vlinder is Een opmaat een belofte, een aanloop een proloog  Je zou dus kunnen stellen Dat alles er al is (of moet ik zeggen ‘...
Afbeelding
T ICKET TO (P)RIDE Het is feest in mijn stadsie. Pride op z’n Utrechts: vriendelijk, vrolijk, lang leve alle variaties van de liefde en van iedereen en alles. Ik ben voor, ik wil erheen. Ik trek een roze shirt aan en speld een regenboogkleurige Dom op mijn spijkerjack. We lopen langs een gracht vol queer plezier, we zwaaien naar boten vol jolijt en pret, we begeven ons in het feestgedruis langs de werf. Overal is lol, blijheid, muziek, er wordt geproost en gevierd, happy Pride! Het miezert, ik ben mijn paraplu vergeten. Volgens Buienradar klaart het zo wel weer op, zegt een van mijn lieve vriendinnen. Maar dat gebeurt niet. Althans, niet bij mij. Plotseling valt er iets over mee heen. Ik kan het ineens niet, zo zonder jou, juist hier, juist nu. Ik blijf nog even staan, maar het lukt niet meer. Mijn feestbui, hij is zomaar foetsie. Als ik veel eerder dan gepland weer naar huis loop regent het over mijn wangen. Zo gaat het soms: denk je dat je al een heel eind op weg bent, doe je steeds ...
Afbeelding
VERHUIZEN Het duurt even voordat ik de bijlage in de mail open. Ik wil niet. Durf niet. Het doet au. Ik heb het zelf besloten, dat wel. Omdat het, na een tijd, klopte om het te doen. Daarom is er nu een contract. En dat zit dus als bijlage in die mail. Want ik heb het verkocht. Ons vakantiehuisje.     Voor mij voelt het niet meer hetzelfde om er te zijn. Jouw winterkleren, jouw speciale anti-muggenspul (niet die gewone met een sterke citroengeur, daar werd je misselijk van), jouw gereedschapskist en je oude fietstassen, alles is er nog. Net als de echo van jouw stem en het gevoel dat je nog op de bank zit, of daar zou moeten zitten, en dat j ij en ik dan tegen elkaar aankruipen en door de grote ramen kijken naar hoe boomklevers zich te goed doen aan de inhoud van een pot vogelpindakaas. Of naar een Netflix-serie.  Dat jij nog zó in alle poriën van het huisje zit, in het behang, in de planken van de vloer, in de plooien van de gordijnen en in de appels aan de boom die wij ...
Afbeelding
SCHA-DUWTJES Het feestje waar ik naartoe ging, en waar ik niemand kende (de oude vrienden die ook zouden komen waren uiteindelijk toch verhinderd). Het warme onthaal van de feesteling, en hoe blij ze was dat ik toch was gekomen. Daarna de gesprekjes: met een oude buurvrouw, een dochter, een partner, maatjes van de sportclub. Iedereen was aardig, er gingen schalen rond met bitterballen, ook vegetarische, met paddenstoelen. De zon scheen. Een mooie plek was het, aan het water, in een oude tuin.     Ik zoomde af en toe uit en dan zag ik mezelf, bewegend tussen groepjes kletsende mensen, me aansluitend, best leuk meepratend. Ooit las ik ‘The Bonfire of the Vanities’ van Tom Wolfe. Hij voert daarin ook van die groepjes op, keuvelend op chique feestjes in New York, champagneglazen in de hand. Hij noemt ze ‘conversatieboeketten’. Zijn hoofdpersoon voegt zichzelf steeds als een losse bloem toe aan zo’n boeket, en probeert zichzelf dan het gesprek in te schikken, met wisselend succes....
Afbeelding
PLAKBAND Hoe het is. Ik werk weer (best veel) Ik doe hardlooprondjes (vaak). Ik zing (in mijn koortje). Ik schrijf stukjes.  Ik maak ons huis schoon. Ik zet de vuilniszak buiten. Ik regel dingen, ik doe mijn administratie, ik breng de auto naar de APK, ik schaf een noodpakket aan en ontdooi mijn vriezer. En trouwens: ik kom dus uit bed, ik ga douchen en kleed me aan. Ik smeer spul in mijn haar zodat het een beetje zit.  Ik spreek af met vrienden en buren en familieleden.  Boeken lezen kan ik ook weer. En de krant. Af en toe dans ik, door de kamer of i n een zaal met heel veel mensen.  Ik maak regelmatig een grapje.  Ik heb pas een nieuwe spijkerbroek gekocht.  Hoe het ook is.    Ik zeg nog altijd ‘hoi liefste!’ als ik de voordeur van ons huis opendoe en naar binnen ga. Ik zeg nog altijd ‘ons huis’. Ik zit vaak zomaar ineens een uur op mijn telefoon naar foto’s en filmpjes van jou te staren. En naar je stem te luisteren. De liedjes die je ooit opna...